Samenvatting visie water en riolering

De gemeente heeft vanuit de wet een aantal specifieke zorgplichten en daarmee taken op het gebied van water en riolering. Deze visie water en riolering bevat het gemeentelijke beleidskader voor de invulling van deze zorgplichten. De visie is hiermee onderdeel van de gemeentelijke omgevingsvisie voor het thema water en riolering. Bij de visie hoort een programma water en riolering, waarin elk jaar de voorgenomen activiteiten en bijbehorende kosten en financiering voor de komende vijf jaar worden vastgelegd. Met de indeling in een visie en een programma voldoen we aan de eisen van de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 ingaat.

De visie water en riolering vormt samen met het programma water en riolering het nu nog wettelijk verplichte Gemeentelijk Rioleringsplan en is daarmee de opvolger van het Plan Gemeentelijke Watertaken Utrecht 2016-2019. Deze wettelijk verplichting verdwijnt met de invoering van de Omgevingswet.

Wat willen we bereiken

Utrecht wil een gezonde stad zijn voor iedereen. Voor het water- en rioleringssysteem in Utrecht betekent dit dat we streven om het systeem gezond, robuust en toekomstbestendig te houden. Daarbij willen we dat iedereen hiervan profiteert en hieraan bijdraagt. Het opwarmende klimaat stelt ons voor 2 belangrijke opgaven. Enerzijds willen we het verder opwarmen van het klimaat zoveel mogelijk voorkomen. Dit moeten we doen door de kringlopen voor water, materiaal en energie zoveel mogelijk te sluiten. Anderzijds moeten we ons water- en rioleringssysteem aanpassen aan het opwarmende klimaat, met vaker extreem weer zoals hevige neerslag en langdurige droogte. Dit moeten we doen in een snelgroeiende stad, wat vraagt dat we zoveel mogelijk functies combineren en de beschikbare ruimte zo goed mogelijk te benutten. En omdat de toekomst nog onzeker is, moeten onze systemen flexibel zijn om ze aan te kunnen passen aan de eisen en wensen van morgen.

Vervanging riolering biedt kans voor de toekomst

Het meeste afval- en hemelwater voeren we op dit moment af via de riolering, een grotendeels ondergronds buizenstelsel van 1.300 km lang, en met een vervangingswaarde van bijna 2 miljard euro. De komende 30 jaar gaan we bijna 500 km riolering vervangen. Dit is alle riolering die tegen die tijd meer dan 70 jaar oud is. Dit gaan we in de komende 15 jaar in een steeds hoger tempo doen. Van 5 km per jaar in 2020 naar 18 km per jaar in 2035. Dat tempo houden we daarna aan. Deze sterke toename van de vervangingsinspanning is nodig, omdat er vanaf de jaren 50 van de vorige eeuw veel meer riolering is aangelegd dan in de oorlogsjaren.

De vervangingsopgave is niet alleen een kostenpost. Het is ook een grote kans om het rioleringssysteem toekomstbestendig te maken en een bijdrage te leveren aan andere maatschappelijke opgaven, zoals het klimaatbestendiger, verkeerveiliger maken en het vergroenen van de openbare ruimte. Dit doen we door:

  • Bij de rioolvervanging zoveel mogelijk werk met werk te maken en een belangrijke impuls te geven aan het opknappen en waar nodig herinrichten van de openbare ruimte (het principe van ontwikkelend beheer).
  • De riolen waar afvalwater en hemelwater nog via dezelfde buis worden afgevoerd naar de rioolwaterzuivering te splitsen in een vuilwater- en een hemelwaterriool. Het hemelwater is relatief schoon en hoeft helemaal niet naar de rioolwaterzuivering. Daarnaast hebben we al het hemelwater ontzettend hard nodig om in de toekomst het groen in de stad in droge periodes van voldoende water te kunnen voorzien. Met deze maatregel verminderen we de afvoer naar de zuivering en ontlasten we het bestaande rioleringssysteem. Hierdoor ontstaat ruimte in ons rioleringssysteem voor het extra afvalwater als gevolg van de groei van de stad. Het verminderen van de hoeveelheid regenwater die samen met afvalwater wordt afgevoerd, zorgt er ook voor dat de riooloverstorten bij extreme neerslag minder vaak gaan werken. Dat is goed voor de waterkwaliteit.
  • Bij de rioolvervanging zoveel mogelijk niet functionele verharding weg te halen en te vervangen door bomen en ander groen.
    Hiermee geven we invulling aan de doelstellingen uit de visie klimaatadaptatie voor wateroverlast en droogte en de doelstellingen voor een groene en toekomstbestendige stad, zoals vastgelegd in de Ruimtelijke Strategie Utrecht.
  • Het hemelwater dat we loskoppelen voortaan vast te houden en te verwerken via de voorkeursvolgorde:
    1. vasthouden op daken en in regentonnen en nuttig gebruiken
    2. op maaiveld infiltreren
    3. ondergronds infiltreren
    4. afvoeren naar oppervlaktewater
    5. afvoeren naar de rioolwaterzuivering.
    Hiermee houden we regenwater zoveel mogelijk vast waar het valt, verminderen we de kans op droogteschade en zorgen we voor een toekomstbestendig hemelwatersysteem.

Stimuleren en sturen initiatieven van derden

Naast het toekomstbestendig uitvoeren van onze eigen rioolvervangingen blijven we, via een financiële bijdrage, het klimaatbestendig herinrichten van andere projecten in de openbare ruimte stimuleren. Voor nieuw- en grootschalige verbouwing werken we nieuwe omgevingsplanregels uit, zodat we naast het scheiden van afval- en hemelwater voortaan ook het vasthouden van een minimale hoeveelheid hemelwater op eigen kavel of binnen visie water en riolering Utrecht 6 een bouwplan kunnen verplichten. Bij bestaande bouw intensiveren we onze stimuleringsaanpak via bewustwordingscampagnes zoals Waterproof030 en subsidieregelingen. Zo werken we naast de subsidieregeling groene daken een nieuwe subsidieregeling uit voor het klimaatbestendig maken van maatschappelijk vastgoed. Er is een verplichting die we vooralsnog willen doorvoeren voor eigenaren van bestaande bouw. We willen eigenaren bij rioolvervanging kunnen verplichten om mee te werken als wij hun regenpijp aan de voorzijde van de woning willen aansluiten op een nieuw hemelwaterriool.

Grondwateroverlast

We blijven ons als eerste aanspreekpunt voor bewoners inspannen om schade als gevolg van te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte te verminderen. Nieuw is dat we ons voortaan ook inspannen om schade door te lage grondwaterstanden in de openbare ruimte te voorkomen. We hanteren hiervoor representatieve hoogste en laagste grondwaterstanden voor bebouwd gebied. We spannen ons samen met de waterschappen in om de grondwaterstanden binnen deze bandbreedte te laten fluctueren. We verwachten van iedereen dat ze bij nieuwe ontwikkelingen zo bouwen en inrichten dat gebouwen en het terrein bestand zijn tegen zowel hoge als lage grondwaterstanden.

Oppervlaktewater

Samen met waterschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) streven we nieuwe, ambitieuzere en gedifferentieerde ecologische ambities na voor het oppervlaktewater in de stad. We willen in overeenstemming met de Kaderrichtlijn Water deze ambities uiterlijk in 2027 realiseren. Deze opgave is niet eenvoudig, omdat het opwarmende klimaat over het algemeen een negatief effect heeft op de waterkwaliteit. Samen met HDSR werken we hiervoor een maatregelenprogramma uit.

Naast de ecologische doelstellingen spannen we ons ook in om op de langere termijn overal de bacteriologische doelstellingen te halen die vereist zijn voor zwemwater. Hiermee willen we bereiken dat de bacteriologische kwaliteit nergens een belemmering vormt bij de afweging om veilig te kunnen zwemmen. Dit doen we door bij rioolvervanging de vuilwater- en hemelwaterstroom te scheiden waar dat nu nog niet het geval is. Hierdoor raken rioolstelsel en rioolwaterzuivering bij extreme neerslag niet meer overbelast, waardoor bij extreme neerslag via riooloverstorten geen verdund afvalwater meer op het oppervlaktewater wordt geloosd.

Financiële strategie

Het vervangen van bijna 500 km riolering in de komende 30 jaar in combinatie met het klimaatbestendig en circulair maken kost bijna 1 miljard euro. Ongeveer een kwart van dit bedrag is nodig voor de gewenste ombouw van een gecombineerd systeem naar een gescheiden en het stimuleren en subsidiëren van derden. Dit is veel geld, maar gezien de grote maatschappelijke opgaves waarvoor we staan en de kansen die de transitie biedt vinden wij dit absoluut noodzakelijk.

We verwachten dat deze aanpak leidt tot een jaarlijkse kostenstijging van 2 à 3 % (exclusief inflatie). Omdat de stad blijft groeien en daarmee het aantal rioolheffing betalende gebouweigenaren stijgt is de jaarlijkse stijging van de rioolheffing lager. De verwachting is dat dit beperkt blijft tot 1,5 à 2 % (exclusief inflatiecorrectie).

Na vaststelling van de visie starten wij een onderzoek naar een meer toekomstbestendige grondslag voor de rioolheffing, die beter aansluit bij het uitgangspunt van de vervuiler betaalt voor het lozen van afvalwater en het uitgangspunt voor klimaatbestendigheid voor het lozen van hemel- en grondwater.

Hulp en contact

Telefoon

14 030

Maandag t/m vrijdag 8.30 – 17.30 uur